NRP 
GULDEN 
FENIKS 
2019

De NRP Gulden Feniks brengt de meest excellente voorbeelden van renovatie- en transformatieprojecten voor het voetlicht om succesfactoren en leerpunten van deze projecten over te dragen. De prijs heeft dan ook als motto ‘een prijs om van te leren’. Daarmee is NRP Gulden Feniks dé prijs ter bevordering van en inspiratie voor duurzaam gebruik van de bestaande omgeving.

JURYRAPPORT

Juryrapport
2019

‘Vlam in mij, laai weer op’ is de openingszin van het gedicht ‘Phoenix’ van dichter H. Marsman. Hij zinspeelt hier op het vermogen van de feniks om op wonderbaarlijke wijze uit de as van zijn eigen teloorgang te herrijzen. In zijn plaats verrijst een nieuwe jonge feniks, die daarbij hét symbool is van transformatie en vernieuwing van het oude. De NRP Gulden Feniks verwijst naar deze mythe en is daarmee dé prijs voor de meest excellente voorbeelden van renovatie- en transformatieprojecten. NRP Gulden Feniks brengt deze voorbeelden voor het voetlicht om interessante succesfactoren en leerpunten over te dragen. De prijs heeft dan ook als motto ‘een prijs om van te leren’.  

VERNIEUWDE PRIJS
NRP Gulden Feniks leert ook zelf van de prijs. De ervaringen uit eerdere edities vroegen om vernieuwing. Tot dit jaar konden projecten worden ingediend in de categorieën gebiedstransformatie, renovatie en transformatie. Deze categorieën leken beperkend te zijn voor wat we waardevol vinden nu circulariteit, energietransitie, eigentijdse gebruiksfuncties en nieuwe exploitatiemogelijkheden belangrijker worden - zeker ook bij hergebruik en in opvattingen over restauratie en monumentenzorg. 

Om meer ruimte te bieden aan de vele interessante projecten die in een veranderende context worden gerealiseerd zijn de categorieën voor de NRP Gulden Feniks vanaf 2019 vervangen door drie schaalniveaus: small voor gebouwen, medium voor een complex van gebouwen en large voor gebiedstransformatie. Ook is er meer aandacht voor bijzondere projecten die met een relatief lage investering per m2 een grote impact hebben en wellicht een tijdelijk van karakter zijn. Deze projecten, die dwars door de drie categorieën heen kunnen lopen, kunnen worden onderscheiden met een ‘wildcard’. Tenslotte heeft de wens tot verruiming zich vertaald in de manier waarop projecten kunnen worden ingediend: niet meer via ingekaderde formats, maar voor het eerst op basis van een helder reglement, dat de mogelijkheid biedt om het project naar eigen inzicht te beschrijven. 

Dat NRP Gulden Feniks een integrale prijs is, komt tot uitdrukking in de criteria waarmee de ingezonden projecten worden beoordeeld. De jury heeft gezocht naar projecten die vele dimensies in zich verenigen. Die onderscheiden zich in zowel technische verduurzaming, bestendig gebruik en slimme financiering, als in versterking van de leefbaarheid van een gebied. Daarbij is ook aandacht voor organisatie, proces en communicatie. Het gaat om innovatieve, vindingrijke oplossingen waaruit ‘sublimatie’ spreekt: versterking van - mogelijk verborgen - kwaliteiten van bestaande gebouwen, die een culturele, architectonische voorbeeldwaarde voor toekomstige opgaven kunnen hebben. 

DE OOGST
Voor de NRP Gulden Feniks 2019 zijn 79 projecten beoordeeld. De vernieuwde open opzet leverde meer informatie over de projecten op. Dat betrof ook de financiële aspecten, hoewel het vaak lastig bleek voor inzenders om hier, al naar gelang het opdrachtgeverschap, helder inzicht in te bieden. 

De meeste ingezonden projecten betreffen transformatie van jong erfgoed, uit een tijd waarin materialen duur en arbeid goedkoop waren - dat is nu vaak omgekeerd. Een kwart van de projecten was oorspronkelijk als kantoor- of bestuursgebouw gebouwd. 17% had aanvankelijk een industriële of andere bedrijfsfunctie, 16% betrof woon(zorg)gebouwen, 16% was gebouwd voor onderwijs en onderzoek. Ook enkele religieuze (6%) en militaire gebouwen (5%) ondergingen een transformatie. 

De jury is onder de indruk van de grote oogst aan bijzondere projecten en constateert ook dat transformatie normaler is geworden. Ze merkt op dat de lat daardoor hoog wordt gelegd. Zij prijst de inzet, de doorzettingskracht en het uithoudingsvermogen van tal van betrokkenen, die hun project soms na jarenlange inzet wisten te realiseren. Dat geldt zeker ook voor projecten die de shortlist niet hebben gehaald. Daarvan ondervinden veel projecten bewondering van de jury op één of enkele bijzondere aspecten. Ook waren er projecten waarover stevige discussies met welstand en monumentenzorg zijn gevoerd over de afwegingen tussen publieke en persoonlijke belangen. De aandacht van de jury gaat uit naar projecten waarbij het algemeen belang prevaleert.

Soms was de feniks, het motto van de prijs, nagenoeg letterlijk van toepassing: de situatie moest wel zó hopeloos zijn dat alleen dan een glorieuze nieuwe toekomst in het verschiet kon liggen. Een aantal gebouwen die lange tijd leegstonden en al op de slooplijst stonden, werden op het laatste moment voor sloop behoed en alsnog nieuw leven ingeblazen. Enkele van deze gebouwen zijn na transformatie op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.

BOUWCULTUUR
In haar Juryrapport NRP Gulden Feniks 2018 blikte de jury een decennium terug. Zij constateerde dat deze periode werd gekenmerkt door de economische crisis, het overwinnen daarvan en de behoefte aan een nieuwe bouwcultuur. 

De veranderingen voltrekken zich inmiddels razendsnel. Nog maar een half jaar geleden maakte het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) bekend dat de bouwproductie in 2018, ondanks de krappe arbeidsmarkt, met 6,5% zeer sterk is gegroeid; voor 2019 is een verdere doorgroei met 4,5% geraamd. Het EIB verwacht een toename van renovatieprojecten van 4% bij woningen en 5% bij utiliteitsgebouwen. Uit onderzoek van de Branchevereniging van Nederlandse Architecten (BNA) komt naar voren dat de opdrachten voor transformatie, renovatie, hergebruik en herontwikkeling, en de verbetering en verduurzaming van gebouwen de komende tijd zal toenemen. Het vakblad Cobouw constateerde dat de markt voor ontwerpopgaven vooral door particulieren en bedrijven weer op gang is gebracht, waarna projectontwikkelaars en aannemers volgden. Het College van Rijksbouwmeesters schetste een optimistisch toekomstperspectief voor de ruimtelijke inrichting van Nederland in de visie Panorama Nederland. Daarin wordt betoogd dat de komende decennia “een beroep wordt gedaan op ons vermogen om het land op een slimme manier aan te passen aan veranderende omstandigheden”. Het geven van nieuwe bestemmingen aan oude gebouwen is één van de ambities uit de visie in het kader van geconcentreerde verstedelijking en functiemenging, waardoor een gevarieerd aanbod van werk en voorzieningen dichtbij huis kan ontstaan.

KEERPUNT?
De snelle groei van de recente bouwproductie kon aanvankelijk niet worden bijgehouden door materiaalgebrek, waardoor hergebruik van bestaande gebouwen en materialen onvermijdelijk, zo niet noodzakelijk was. Het renoveren van willekeurig welke bestaande gebouwen in de stad is dan ook vaak een lucratieve onderneming voor wie dat kan betalen. Grote vastgoedinvesteringen in stedelijke omgeving doen de prijzen, na renovatie, fors omhoog schieten. Vanwege extreme huurstijgingen door dergelijke ontwikkelingen gingen huurders in Berlijn in april massaal de straat op; de hashtag #mietenwahnsinn ging viral. De problematiek, die een grote impact heeft op de buurt, speelt ook in Amsterdam, Rotterdam en andere steden in Nederland.

Het zijn ontwikkelingen die de kern van de RP Gulden Feniks raken. Dat brengt de jury zelfs tot de vraag of kan worden gesproken van een keerpunt in het omgaan met restauratie vanuit het oogpunt van monumenten, transformatie en hergebruik.
Het dilemma schuilt in sommige projecten in een totaal contrast tussen een oorspronkelijk gebouw en het getransformeerde resultaat. Hoe zwaar weegt het, dat een gebouw door ingrijpende transformatie niet meer leegstaat en commerciële gebruikswaarden dan overwegen? Of is het juist een verdienste als een gebouw door restauratie niet teveel een interpretatie van het verleden blijft? Moet een monumentaal gebouw omwille van de beeldkwaliteit ‘blijven zoals het is’ of staat aanpassing voor hedendaags gebruik, hoe zorgvuldig ook, voorop? Hoe verhoudt zich dit tot de Monumentenwet en hoe moeten adviseurs die toezicht houden op wijzigingen van bestaande monumenten hiermee omgaan? En wat betekent dit alles voor een lokale samenleving?

OPDRACHTGEVERSCHAP
Waar de jury in 2018 nog constateerde dat het publieke opdrachtgeverschap grip lijkt te verliezen op transformatieopgaven, komt uit projecten die dit jaar voor de NRP Gulden Feniks zijn ingediend naar voren dat met klassiek publiek opdrachtgeverschap nog steeds goede resultaten kunnen worden bereikt. Daar waar gemeenten blijk geven van maatschappelijk bewustzijn, is dit direct terug te zien in de projecten; tegelijkertijd ontstaat de indruk dat het opdrachtgeverschap van commerciële partijen hierbij achterblijft. Er zijn gemeenten die vanuit grotere gebiedsvisies een programma formuleren,
een niet-openbare Europese aanbesteding voor architectendiensten starten en het geselecteerde ontwerp voor uitvoering in de markt zetten. Bij enkele van deze projecten zijn gemeenten, ontwerpers en ontwikkelaars in een hechte samenwerking tot bijzondere resultaten gekomen. Maar welke vorm van opdrachtgeverschap dan ook: cruciaal blijkt volgens de jury telkens dat het gezamenlijk en op één lijn optrekken een voorwaarde is voor een liefdevolle aanpak.

Onderwerp van discussie is ook de toegevoegde maatschappelijke en/of economische waarde die met het opdrachtgeverschap werd beoogd. Daar waar slechts grondontwikkeling of commerciële locatieontwikkeling op korte termijn voorop stond, bleef de kwaliteit van het resultaat doorgaans achter en was de maatschappelijke waarde die werd toegevoegd beperkt.

Bij veel projecten, soms gebouwen met een grote culturele waarde, is de kwaliteit van het oorspronkelijke ontwerp en het verband tussen exterieur en interieur door opdrachtgevers niet herkend. Dat resulteert meermaals in beeldvorming van decors in historische context waarbij voorbijgegaan is aan de betekenis van het geheel. Hoewel de jury waardeert dat deze gebouwen er nog staan en dat men transformatie voor elkaar heeft gekregen, zijn dit architectonisch niet de meest voorbeeldige projecten.

Uit projecten van particuliere opdrachtgevers voor een eigen woonhuis of voor eigen werk- of praktijkruimte spreekt niet alleen veel liefde, er is ook familiekapitaal geïnvesteerd. In nagenoeg al deze projecten hebben de inspanningen tot een goed en mooi resultaat geleid, waar de straat direct van opknapt. Ook hier is de inzet niet per definitie gericht op een samenhang tussen exterieur en interieur, of op de leefbaarheid van de wijdere omgeving. Niettemin heeft de jury grote waardering voor de doorzettingskracht en het uithoudingsvermogen van deze incidentele opdrachtgevers. Hoewel geen van deze projecten de shortlist heeft gehaald is de jury blij dat er mensen zijn die de moeite nemen om dergelijke projecten aan te pakken. Ze vindt dat het culturele belang hiervan niet moet worden onderschat.

PLACEMAKING
Niet van alle gebouwen en terreinen veranderden de functies na de ingrepen die zijn gedaan. Maar waar dat wel gebeurde zijn er nieuwe, eigentijdse programma’s voor teruggekomen. Gemengde functies in nieuwe visies op verstedelijking resulteren veelal in ambities gericht op placemaking. 

De ambities getuigen van veranderde opvattingen over publieke ruimte. Een bibliotheek lijkt op een huiskamer, die weer op een boekwinkel lijkt. Hotels, meermaals het resultaat van transformatie van kantoorgebouwen, worden een creatieve hotspot en een werkplaats voor innovatieve industrie bevat een kookschool. De gemengde programma’s voor innovatieve industrie resulteren in gebouwen waarin ruimte is om te wonen, werken, slapen, sporten en vrije tijd door te brengen, voor ontmoetingen, onderwijs, onderzoek, debatten en tentoonstellingen - en altijd met horeca.

Begrippen zoals shared space en campus worden veelvuldig aangetroffen in de projectbeschrijvingen, en lijken aan nivellering onderhevig. Het gebruik van deze termen kan niet altijd verhullen dat het buitengewoon moeilijk is om publieke ruimten goed te programmeren, te ontwerpen en vooral: helder te regisseren en van een eigen identiteit te voorzien.

FRAMES
‘Frames’ bleken een thema dat de jury dit jaar veelvuldig besprak. Enerzijds betrof dit betonnen frames of casco’s van vooroorlogse industriële gebouwen, anderzijds van naoorlogse kantoorgebouwen uit de hoogtijdagen van het Nederlandse brutalisme in de periode 1950-1970. Brutalistische gebouwen worden gekenmerkt door toepassing van onbewerkt beton (‘beton brut’), waarin de houten bekisting vaak nog zichtbaar is, bij gebouwen in een blokachtige, geometrisch stijl waarin vormen worden herhaald. Deze gebouwen manifesteren zich vaak als Einzelgänger in hun omgeving; er is dan geen sprake van een goede aansluiting bij bebouwing in de omgeving.

Bij transformatie van vooroorlogse fabrieken is veelal sprake van grote bouwfysische problemen zoals betonrot en de onmogelijkheid nog te werken met halfsteensmuren, enkel glas en vergane stalen kozijnen. Dergelijke projecten vereisen niet alleen grote financiële ruimte om tot duurzame herontwikkeling te komen, maar vooral een langetermijnvisie op het grotere gebied en slimme verbetering van bouwkundige detaillering. Naoorlogse kantoren worden veelal herbestemd tot min of meer luxueuze appartementen of hotels, al dan niet opgetopt vanuit onder meer financiële overwegingen. 

Een terugkerend onderwerp van gesprek in de jury is de vraag in hoeverre een frame uitgekleed kan worden om een nieuwe identiteit te bereiken. De keuzes die hiertoe zijn gemaakt en de mate waarin het plegen van architectuur waarde zou kunnen toevoegen leidt in de jury tot gedegen discussies. Overeenstemming is er over het grote belang van vakmanschap en ingenieurskunst om goed met frames om te kunnen gaan. Het gaat er dan om, een goede balans te vinden tussen enerzijds beeldbepalende structurele elementen en anderzijds architectonische aanpassingen, zodat met behoud
van belangrijke kenmerken een nieuwe identiteit aan de gebouwen kan worden verschaft dat ruimte biedt aan nieuw leven in de toekomst.

CIRCULARITEIT & DUURZAAMHEID
Circulariteit is een nieuwe opgave waaraan nog beperkt invulling wordt gegeven. Hoewel enkele inzendingen raken aan het thema, is er nauwelijks sprake van projecten waarbij een materialenpaspoort wordt gebruikt.

Voor zover sprake is van duurzame oplossingen zijn er de vraagstukken van energie, en vooral van financiering van adequate voorbeelden. Energiezekerheid wordt steeds belangrijker. Hoewel in een enkel project slimme oplossingen zijn gezocht door bijvoorbeeld het afkopen van stijgende energieprijzen, zal de tijd moeten uitwijzen of hiermee werkelijk garanties voor de toekomst kunnen worden geboden.

GEBIEDSTRANSFORMATIES
Er werden dit jaar acht (van de 79) inzendingen ingediend in de categorie Large. Dit betrof projecten waarbij meerdere gebouwen, en ook de openbare ruimte tussen en om de gebouwen, getransformeerd en/of gerenoveerd zijn. Bij dit type projecten speelt de lange ontwikkeltijd een grote rol. Een terugkerend vraagstuk voor de jury is dan, of er voldoende gerealiseerd is om het project te kunnen beoordelen. In haar ogen zijn succesvolle gebiedstransformaties projecten waarbij de opdrachtgevers en initiatiefnemers in hecht en langdurig samenwerken, een consistente visie en strategie tot uitvoering worden gebracht en er ook ruimte is om veranderingen in de tijd op te vangen (adaptief vermogen).

De jury is onder de indruk van het doorzettingsvermogen dat nodig is om dit type ontwikkelingen überhaupt van de grond te krijgen. Ondanks de waardering die de jury heeft voor de prestaties die partijen bereikt hebben en de impact die deze projecten vaak hebben op de grotere omgeving, heeft zij dit jaar geen van de inzendingen in de categorie Large genomineerd voor de prijs. Zij kon geen sublieme kandidaat vinden waarbij alle ingrediënten tezamen tot de NRP Gulden Feniks prijs leiden. Bij sommige projecten was de renovatie van bestaande gebouwen erg goed gedaan, maar was de nieuwbouw toevoeging matig; in andere gevallen ontbrak het aan een slimme programmering of werd onvoldoende gebruik gemaakt van de ruimtelijke en programmatische context waarin het gebied lag. De jury hoopt van harte dat opdrachtgevers en initiatiefnemers de komende jaren blijven inzenden in deze categorie. Er zijn in het land vele gebiedstransformaties gaande en de jury ziet deze met veel belangstelling tegemoet.

Deel deze pagina:

NRP GULDEN FENIKS 2018

LEES MEER OVER DE WINNENDE PROJECTEN:
Winnaar Small:
Winnaar Medium:
Wildcard:

NRP 
GULDEN 
FENIKS 
2019

De NRP Gulden Feniks brengt de meest excellente voorbeelden van renovatie- en transformatieprojecten voor het voetlicht om succesfactoren en leerpunten van deze projecten over te dragen. De prijs heeft dan ook als motto ‘een prijs om van te leren’. Daarmee is NRP Gulden Feniks dé prijs ter bevordering van en inspiratie voor duurzaam gebruik van de bestaande omgeving.

JURYRAPPORT

‘Vlam in mij, laai weer op’ is de openingszin van het gedicht ‘Phoenix’ van dichter H. Marsman. Hij zinspeelt hier op het vermogen van de feniks om op wonderbaarlijke wijze uit de as van zijn eigen teloorgang te herrijzen. In zijn plaats verrijst een nieuwe jonge feniks, die daarbij hét symbool is van transformatie en vernieuwing van het oude. De NRP Gulden Feniks verwijst naar deze mythe en is daarmee dé prijs voor de meest excellente voorbeelden van renovatie- en transformatieprojecten. NRP Gulden Feniks brengt deze voorbeelden voor het voetlicht om interessante succesfactoren en leerpunten over te dragen. De prijs heeft dan ook als motto ‘een prijs om van te leren’.  

VERNIEUWDE PRIJS
NRP Gulden Feniks leert ook zelf van de prijs. De ervaringen uit eerdere edities vroegen om vernieuwing. Tot dit jaar konden projecten worden ingediend in de categorieën gebiedstransformatie, renovatie en transformatie. Deze categorieën leken beperkend te zijn voor wat we waardevol vinden nu circulariteit, energietransitie, eigentijdse gebruiksfuncties en nieuwe exploitatiemogelijkheden belangrijker worden - zeker ook bij hergebruik en in opvattingen over restauratie en monumentenzorg. 

Om meer ruimte te bieden aan de vele interessante projecten die in een veranderende context worden gerealiseerd zijn de categorieën voor de NRP Gulden Feniks vanaf 2019 vervangen door drie schaalniveaus: small voor gebouwen, medium voor een complex van gebouwen en large voor gebiedstransformatie. Ook is er meer aandacht voor bijzondere projecten die met een relatief lage investering per m2 een grote impact hebben en wellicht een tijdelijk van karakter zijn. Deze projecten, die dwars door de drie categorieën heen kunnen lopen, kunnen worden onderscheiden met een ‘wildcard’. Tenslotte heeft de wens tot verruiming zich vertaald in de manier waarop projecten kunnen worden ingediend: niet meer via ingekaderde formats, maar voor het eerst op basis van een helder reglement, dat de mogelijkheid biedt om het project naar eigen inzicht te beschrijven. 

Dat NRP Gulden Feniks een integrale prijs is, komt tot uitdrukking in de criteria waarmee de ingezonden projecten worden beoordeeld. De jury heeft gezocht naar projecten die vele dimensies in zich verenigen. Die onderscheiden zich in zowel technische verduurzaming, bestendig gebruik en slimme financiering, als in versterking van de leefbaarheid van een gebied. Daarbij is ook aandacht voor organisatie, proces en communicatie. Het gaat om innovatieve, vindingrijke oplossingen waaruit ‘sublimatie’ spreekt: versterking van - mogelijk verborgen - kwaliteiten van bestaande gebouwen, die een culturele, architectonische voorbeeldwaarde voor toekomstige opgaven kunnen hebben. 

DE OOGST
Voor de NRP Gulden Feniks 2019 zijn 79 projecten beoordeeld. De vernieuwde open opzet leverde meer informatie over de projecten op. Dat betrof ook de financiële aspecten, hoewel het vaak lastig bleek voor inzenders om hier, al naar gelang het opdrachtgeverschap, helder inzicht in te bieden. 

De meeste ingezonden projecten betreffen transformatie van jong erfgoed, uit een tijd waarin materialen duur en arbeid goedkoop waren - dat is nu vaak omgekeerd. Een kwart van de projecten was oorspronkelijk als kantoor- of bestuursgebouw gebouwd. 17% had aanvankelijk een industriële of andere bedrijfsfunctie, 16% betrof woon(zorg)gebouwen, 16% was gebouwd voor onderwijs en onderzoek. Ook enkele religieuze (6%) en militaire gebouwen (5%) ondergingen een transformatie. 

De jury is onder de indruk van de grote oogst aan bijzondere projecten en constateert ook dat transformatie normaler is geworden. Ze merkt op dat de lat daardoor hoog wordt gelegd. Zij prijst de inzet, de doorzettingskracht en het uithoudingsvermogen van tal van betrokkenen, die hun project soms na jarenlange inzet wisten te realiseren. Dat geldt zeker ook voor projecten die de shortlist niet hebben gehaald. Daarvan ondervinden veel projecten bewondering van de jury op één of enkele bijzondere aspecten. Ook waren er projecten waarover stevige discussies met welstand en monumentenzorg zijn gevoerd over de afwegingen tussen publieke en persoonlijke belangen. De aandacht van de jury gaat uit naar projecten waarbij het algemeen belang prevaleert.

Soms was de feniks, het motto van de prijs, nagenoeg letterlijk van toepassing: de situatie moest wel zó hopeloos zijn dat alleen dan een glorieuze nieuwe toekomst in het verschiet kon liggen. Een aantal gebouwen die lange tijd leegstonden en al op de slooplijst stonden, werden op het laatste moment voor sloop behoed en alsnog nieuw leven ingeblazen. Enkele van deze gebouwen zijn na transformatie op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.

BOUWCULTUUR
In haar Juryrapport NRP Gulden Feniks 2018 blikte de jury een decennium terug. Zij constateerde dat deze periode werd gekenmerkt door de economische crisis, het overwinnen daarvan en de behoefte aan een nieuwe bouwcultuur. 

De veranderingen voltrekken zich inmiddels razendsnel. Nog maar een half jaar geleden maakte het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) bekend dat de bouwproductie in 2018, ondanks de krappe arbeidsmarkt, met 6,5% zeer sterk is gegroeid; voor 2019 is een verdere doorgroei met 4,5% geraamd. Het EIB verwacht een toename van renovatieprojecten van 4% bij woningen en 5% bij utiliteitsgebouwen. Uit onderzoek van de Branchevereniging van Nederlandse Architecten (BNA) komt naar voren dat de opdrachten voor transformatie, renovatie, hergebruik en herontwikkeling, en de verbetering en verduurzaming van gebouwen de komende tijd zal toenemen. Het vakblad Cobouw constateerde dat de markt voor ontwerpopgaven vooral door particulieren en bedrijven weer op gang is gebracht, waarna projectontwikkelaars en aannemers volgden. Het College van Rijksbouwmeesters schetste een optimistisch toekomstperspectief voor de ruimtelijke inrichting van Nederland in de visie Panorama Nederland. Daarin wordt betoogd dat de komende decennia “een beroep wordt gedaan op ons vermogen om het land op een slimme manier aan te passen aan veranderende omstandigheden”. Het geven van nieuwe bestemmingen aan oude gebouwen is één van de ambities uit de visie in het kader van geconcentreerde verstedelijking en functiemenging, waardoor een gevarieerd aanbod van werk en voorzieningen dichtbij huis kan ontstaan.

KEERPUNT?
De snelle groei van de recente bouwproductie kon aanvankelijk niet worden bijgehouden door materiaalgebrek, waardoor hergebruik van bestaande gebouwen en materialen onvermijdelijk, zo niet noodzakelijk was. Het renoveren van willekeurig welke bestaande gebouwen in de stad is dan ook vaak een lucratieve onderneming voor wie dat kan betalen. Grote vastgoedinvesteringen in stedelijke omgeving doen de prijzen, na renovatie, fors omhoog schieten. Vanwege extreme huurstijgingen door dergelijke ontwikkelingen gingen huurders in Berlijn in april massaal de straat op; de hashtag #mietenwahnsinn ging viral. De problematiek, die een grote impact heeft op de buurt, speelt ook in Amsterdam, Rotterdam en andere steden in Nederland.

Het zijn ontwikkelingen die de kern van de RP Gulden Feniks raken. Dat brengt de jury zelfs tot de vraag of kan worden gesproken van een keerpunt in het omgaan met restauratie vanuit het oogpunt van monumenten, transformatie en hergebruik.
Het dilemma schuilt in sommige projecten in een totaal contrast tussen een oorspronkelijk gebouw en het getransformeerde resultaat. Hoe zwaar weegt het, dat een gebouw door ingrijpende transformatie niet meer leegstaat en commerciële gebruikswaarden dan overwegen? Of is het juist een verdienste als een gebouw door restauratie niet teveel een interpretatie van het verleden blijft? Moet een monumentaal gebouw omwille van de beeldkwaliteit ‘blijven zoals het is’ of staat aanpassing voor hedendaags gebruik, hoe zorgvuldig ook, voorop? Hoe verhoudt zich dit tot de Monumentenwet en hoe moeten adviseurs die toezicht houden op wijzigingen van bestaande monumenten hiermee omgaan? En wat betekent dit alles voor een lokale samenleving?

OPDRACHTGEVERSCHAP
Waar de jury in 2018 nog constateerde dat het publieke opdrachtgeverschap grip lijkt te verliezen op transformatieopgaven, komt uit projecten die dit jaar voor de NRP Gulden Feniks zijn ingediend naar voren dat met klassiek publiek opdrachtgeverschap nog steeds goede resultaten kunnen worden bereikt. Daar waar gemeenten blijk geven van maatschappelijk bewustzijn, is dit direct terug te zien in de projecten; tegelijkertijd ontstaat de indruk dat het opdrachtgeverschap van commerciële partijen hierbij achterblijft. Er zijn gemeenten die vanuit grotere gebiedsvisies een programma formuleren,
een niet-openbare Europese aanbesteding voor architectendiensten starten en het geselecteerde ontwerp voor uitvoering in de markt zetten. Bij enkele van deze projecten zijn gemeenten, ontwerpers en ontwikkelaars in een hechte samenwerking tot bijzondere resultaten gekomen. Maar welke vorm van opdrachtgeverschap dan ook: cruciaal blijkt volgens de jury telkens dat het gezamenlijk en op één lijn optrekken een voorwaarde is voor een liefdevolle aanpak.

Onderwerp van discussie is ook de toegevoegde maatschappelijke en/of economische waarde die met het opdrachtgeverschap werd beoogd. Daar waar slechts grondontwikkeling of commerciële locatieontwikkeling op korte termijn voorop stond, bleef de kwaliteit van het resultaat doorgaans achter en was de maatschappelijke waarde die werd toegevoegd beperkt.

Bij veel projecten, soms gebouwen met een grote culturele waarde, is de kwaliteit van het oorspronkelijke ontwerp en het verband tussen exterieur en interieur door opdrachtgevers niet herkend. Dat resulteert meermaals in beeldvorming van decors in historische context waarbij voorbijgegaan is aan de betekenis van het geheel. Hoewel de jury waardeert dat deze gebouwen er nog staan en dat men transformatie voor elkaar heeft gekregen, zijn dit architectonisch niet de meest voorbeeldige projecten.

Uit projecten van particuliere opdrachtgevers voor een eigen woonhuis of voor eigen werk- of praktijkruimte spreekt niet alleen veel liefde, er is ook familiekapitaal geïnvesteerd. In nagenoeg al deze projecten hebben de inspanningen tot een goed en mooi resultaat geleid, waar de straat direct van opknapt. Ook hier is de inzet niet per definitie gericht op een samenhang tussen exterieur en interieur, of op de leefbaarheid van de wijdere omgeving. Niettemin heeft de jury grote waardering voor de doorzettingskracht en het uithoudingsvermogen van deze incidentele opdrachtgevers. Hoewel geen van deze projecten de shortlist heeft gehaald is de jury blij dat er mensen zijn die de moeite nemen om dergelijke projecten aan te pakken. Ze vindt dat het culturele belang hiervan niet moet worden onderschat.

PLACEMAKING
Niet van alle gebouwen en terreinen veranderden de functies na de ingrepen die zijn gedaan. Maar waar dat wel gebeurde zijn er nieuwe, eigentijdse programma’s voor teruggekomen. Gemengde functies in nieuwe visies op verstedelijking resulteren veelal in ambities gericht op placemaking. 

De ambities getuigen van veranderde opvattingen over publieke ruimte. Een bibliotheek lijkt op een huiskamer, die weer op een boekwinkel lijkt. Hotels, meermaals het resultaat van transformatie van kantoorgebouwen, worden een creatieve hotspot en een werkplaats voor innovatieve industrie bevat een kookschool. De gemengde programma’s voor innovatieve industrie resulteren in gebouwen waarin ruimte is om te wonen, werken, slapen, sporten en vrije tijd door te brengen, voor ontmoetingen, onderwijs, onderzoek, debatten en tentoonstellingen - en altijd met horeca.

Begrippen zoals shared space en campus worden veelvuldig aangetroffen in de projectbeschrijvingen, en lijken aan nivellering onderhevig. Het gebruik van deze termen kan niet altijd verhullen dat het buitengewoon moeilijk is om publieke ruimten goed te programmeren, te ontwerpen en vooral: helder te regisseren en van een eigen identiteit te voorzien.

FRAMES
‘Frames’ bleken een thema dat de jury dit jaar veelvuldig besprak. Enerzijds betrof dit betonnen frames of casco’s van vooroorlogse industriële gebouwen, anderzijds van naoorlogse kantoorgebouwen uit de hoogtijdagen van het Nederlandse brutalisme in de periode 1950-1970. Brutalistische gebouwen worden gekenmerkt door toepassing van onbewerkt beton (‘beton brut’), waarin de houten bekisting vaak nog zichtbaar is, bij gebouwen in een blokachtige, geometrisch stijl waarin vormen worden herhaald. Deze gebouwen manifesteren zich vaak als Einzelgänger in hun omgeving; er is dan geen sprake van een goede aansluiting bij bebouwing in de omgeving.

Bij transformatie van vooroorlogse fabrieken is veelal sprake van grote bouwfysische problemen zoals betonrot en de onmogelijkheid nog te werken met halfsteensmuren, enkel glas en vergane stalen kozijnen. Dergelijke projecten vereisen niet alleen grote financiële ruimte om tot duurzame herontwikkeling te komen, maar vooral een langetermijnvisie op het grotere gebied en slimme verbetering van bouwkundige detaillering. Naoorlogse kantoren worden veelal herbestemd tot min of meer luxueuze appartementen of hotels, al dan niet opgetopt vanuit onder meer financiële overwegingen. 

Een terugkerend onderwerp van gesprek in de jury is de vraag in hoeverre een frame uitgekleed kan worden om een nieuwe identiteit te bereiken. De keuzes die hiertoe zijn gemaakt en de mate waarin het plegen van architectuur waarde zou kunnen toevoegen leidt in de jury tot gedegen discussies. Overeenstemming is er over het grote belang van vakmanschap en ingenieurskunst om goed met frames om te kunnen gaan. Het gaat er dan om, een goede balans te vinden tussen enerzijds beeldbepalende structurele elementen en anderzijds architectonische aanpassingen, zodat met behoud
van belangrijke kenmerken een nieuwe identiteit aan de gebouwen kan worden verschaft dat ruimte biedt aan nieuw leven in de toekomst.

CIRCULARITEIT & DUURZAAMHEID
Circulariteit is een nieuwe opgave waaraan nog beperkt invulling wordt gegeven. Hoewel enkele inzendingen raken aan het thema, is er nauwelijks sprake van projecten waarbij een materialenpaspoort wordt gebruikt.

Voor zover sprake is van duurzame oplossingen zijn er de vraagstukken van energie, en vooral van financiering van adequate voorbeelden. Energiezekerheid wordt steeds belangrijker. Hoewel in een enkel project slimme oplossingen zijn gezocht door bijvoorbeeld het afkopen van stijgende energieprijzen, zal de tijd moeten uitwijzen of hiermee werkelijk garanties voor de toekomst kunnen worden geboden.

GEBIEDSTRANSFORMATIES
Er werden dit jaar acht (van de 79) inzendingen ingediend in de categorie Large. Dit betrof projecten waarbij meerdere gebouwen, en ook de openbare ruimte tussen en om de gebouwen, getransformeerd en/of gerenoveerd zijn. Bij dit type projecten speelt de lange ontwikkeltijd een grote rol. Een terugkerend vraagstuk voor de jury is dan, of er voldoende gerealiseerd is om het project te kunnen beoordelen. In haar ogen zijn succesvolle gebiedstransformaties projecten waarbij de opdrachtgevers en initiatiefnemers in hecht en langdurig samenwerken, een consistente visie en strategie tot uitvoering worden gebracht en er ook ruimte is om veranderingen in de tijd op te vangen (adaptief vermogen).

De jury is onder de indruk van het doorzettingsvermogen dat nodig is om dit type ontwikkelingen überhaupt van de grond te krijgen. Ondanks de waardering die de jury heeft voor de prestaties die partijen bereikt hebben en de impact die deze projecten vaak hebben op de grotere omgeving, heeft zij dit jaar geen van de inzendingen in de categorie Large genomineerd voor de prijs. Zij kon geen sublieme kandidaat vinden waarbij alle ingrediënten tezamen tot de NRP Gulden Feniks prijs leiden. Bij sommige projecten was de renovatie van bestaande gebouwen erg goed gedaan, maar was de nieuwbouw toevoeging matig; in andere gevallen ontbrak het aan een slimme programmering of werd onvoldoende gebruik gemaakt van de ruimtelijke en programmatische context waarin het gebied lag. De jury hoopt van harte dat opdrachtgevers en initiatiefnemers de komende jaren blijven inzenden in deze categorie. Er zijn in het land vele gebiedstransformaties gaande en de jury ziet deze met veel belangstelling tegemoet.

Deel deze pagina: